De meest memorabele HT van Geeske Roorda

22-03-2015 18:41

Harlingen- Terschelling 2003! Wat vooraf ging.......

Was Grouw nog een leuke training, nu is het echte werk aan de beurt. Het is voor de meeste van ons niet nieuw. We weten hoe lang deze race is en hoe belangrijk trainingen zijn. De voorbereiding was daarom van groot belang. Ons voordeel is dat we de golven en de stroming gewend zijn we weten wat onze “Emmeth” kan hebben. Voordeel van deze sloep is dat we haar net helemaal opnieuw in de verf hebben gezet en dat er dus geen troep aan de onderkant groeit wat ons zou kunnen afremmen. Met drie trainingen per week zijn wij klaar voor het harde werk. De laatste training voor de bewuste vrijdag zal dan ook niet erg veel meer uitmaken, maar we willen toch nog even het gevoel hebben. Aangekomen bij de steiger, zien we een grote takelwagen staan. Op zich niets bijzonders, als je weet dat veel sloepen, elders uit het land, van tevoren in het water willen liggen, en dit meestal woensdag of donderdag doen. Vreemd word het pas als de chauffeur van de kraan ons vertwijfeld verteld dat hij in opdracht van de eigenaar van “onze” sloep was gekomen. En dat de eigenaar er al om vijf uur had moeten zijn. Aangezien wij hier niets van weten, gaan wij ervan uit dat dit op een misverstand berust. Wij gaan gewoon trainen. (Hadden we gedacht.) Terwijl we in de sloep stappen zien we de eigenaar met busje en trailer aankomen. Het is dus blijkbaar geen misverstand. Ernstig geïrriteerd stappen we weer uit de sloep om te vragen wat er allemaal aan de hand is en vooral waarom wij hier niets van af weten. De man geeft ons geen antwoord en gaat rustig door met het hijsen van zijn sloep. Zodra het hijsen klaar is vertrekt de kraanwagen met een verwarde en verontschuldigende chauffeur. Ook zien we onze sloep weggereden worden. Het laatste wat wij van haar weten is, dat ze waarschijnlijk te koop zal worden aangeboden. Vol onbegrip blijven we berooid van onze sloep achter. Onder het toeziende oog van de andere ploegen op de steiger staan we er kwaad en verslagen bij. Wat nu. Het is twee dagen voor de race en we hebben geen sloep! Een enkele sportgenoot heeft de moed om te vragen wat er zojuist gebeurd is, maar we komen niet verder dan te vertellen, dat de sloep weg is en we niet weten waarom. WAT NU? Eerst maar weer naar huis om het allemaal eens te overdenken om vervolgens in een enorme huilbui uit te barsten. Behalve van een telefoontje van die ene persoon waar ik nu even niet mee wens te spreken, blijft het die avond rustig.

Donderdag één dag voor de wedstrijd. De telefoon gaat en tot mijn grote opluchting is het Gerda. Ze heeft haar verhaal gedaan bij de dames van de Bartix en die hebben op hun beurt de heren van de Noordvaarder geïnformeerd. Gezien het feit dat zij niet meedoen aan de race en de sloep dus niet gebruikt gaat worden, mogen wij, als we dat willen, best in hun sloep gaan roeien. (Alsof het de gewoonste zaak van de wereld is om even de sloep uit te lenen aan een stel meiden zodat ze naar Terschelling kunnen roeien.) Natuurlijk zijn we erg blij met dit aanbod, maar hoe doen we dat. We kennen deze sloep niet en bovendien zijn we maar met zes dames. We moeten er dus nog twee dames bij vinden. En het is op een zachts gezegd erg krap voor de wedstrijd. De sloep ligt niet in het water maar op een ietwat gammele trailer. Zij zal dus nog naar de kraan gebracht moeten worden en nog omgeroeid moeten worden. Voor de trailer is het zaak om een paar goede wielen te vinden een redelijke auto. Door flink wat telefonisch geregel van Gerda is dit geslaagd. Nu nog “even” een paar roeisters optrommelen, die wel even naar Terschelling willen roeien, en nu meteen mee willen om de sloep om te roeien. Tot onze grote verbazing lukt het om twee ervaren roeisters te vinden. Dan de organisatie nog op de hoogte stellen. Het is maar de vraag of we wel mee mogen doen in een andere sloep.( De sloep heeft wel een HT- nummer) En als dat dan mag, dan zouden we toch graag ons originele startpositie willen houden, omdat we anders misschien niet op tijd bij het schuitegat zijn.( Dit in verband met het keren van het tij) Deze sloep is een stuk zwaarder en ingeschreven bij het register als een heren sloep. De organisatie is verbijsterd wanneer Gerda onze situatie uitlegt, maar tegelijkertijd ook vol waardering over het feit dat we “gewoon”door willen gaan. We krijgen daarom bij wijze van hoge uitzondering toestemming om mee te doen met behoud van ons originele startpositie. Het is nu inmiddels half vijf in de middag en we staan enigszins verdwaasd van alle gebeurtenissen bij de leensloep de “Noordvaarder”. We gaan toch naar Terschelling, en het maakt niet uit hoe we er komen, als we er maar komen. Het wordt een race die nu al niet meer vergeten zal worden. Tijdens het omroeien naar de Zuiderhaven blijkt dat deze sloep inderdaad zwaar is, vooral de riemen zijn bijna dubbel zo zwaar als de riemen van de Emmeth, maar kwaad als we zijn, kan ons dat niets schelen. Wanneer we de slag lang en krachtig houden, gaat het niet eens slecht. In de haven is het rustig. Hier en daar zijn er een paar mensen hun sloep aan het klaarmaken voor de grote dag. Zij kijken een beetje vreemd op als ze ons zien aan komen in een ietwat verouderd uitziende sloep, welke vooral niet de Emmeth is. De gebeurtenis van de vorige dag is hun ontgaan. Wat ons betreft maakt dat niet uit. Alles is nu geregeld. We kunnen hemelvaartsdagnacht wat dat aangaat rustig slapen. Omdat het hele schema in de soep is gelopen, zijn we ineens niet meer zenuwachtig over welke tijd we gaan neerzetten, maar meer over of we het überhaupt halen, dus wat dat rustig slapen betreft verandert er nog steeds weinig.

De Grote dag: Harlingen-Terschelling 2003.

Eerst even de bagage op de “Bornrif”( het schip waarop wij het verdere weekend zullen slapen enz.) dumpen. Om 10.00 uur verzamelen we ons bij de Noorvaarder. Het wordt meteen al stressig als blijkt dat een van onze gastroeisters niet op tijd is. Het schijnt nogal druk te zijn in Harlingen, dus het vinden van een parkeer plaats is ernstig moeilijk. Gelukkig komt ze nog op tijd en kunnen we wegroeien richting Willemshaven, waar de start zal plaatsvinden. Nog snel wordt ons een tip van een voormalig Noorvaarder roeier mee gegeven. Terwijl we roeien ontdekken we dat we geen vlag hebben. (dit is wel verplicht.) In een opwelling vragen we de eerst passerende boot of we misschien hun vlag mogen lenen. Ook zij gaan naar Terschelling en het dus geen probleem. Op Terschelling mogen we hem wel terug brengen. In de Wilemshaven aangekomen gaat er een gejuich voor ons op. Het zijn onze fans die het ons nu al geweldig vinden. Ook bij het verlaten van de sloepsteiger heeft menig roeier zijn waardering al duidelijk gemaakt en ik geloof dat ons dat sterker maakt dan wie dan ook vandaag. Toch worden we naarmate de start dichterbij komt nog zenuwachtiger. Onze “leen” stuurvrouw Martine heeft de touwtjes goed in de hand en er gebeurt dus niets. Tot aan de start wel te verstaan. Als gevolg van een sloep die zijn plaats niet weet te vinden, schuift het hele startveld op en komen wij ernstig in de verdringing. Erg lastig. Veel tijd om hierover na te denken hebben we niet. Het is nog 10 tellen tot de start. We tellen mee. Boeg corrigeert nog even en dan zijn we weg. De woede en de adrenaline gieren door ons lijf en voordat we het zelf eigenlijk weten zijn we al bij de Polledam. Ons volgschip komt al langszij wat dat betreft hadden we geluk. De eigenaar van de Emmeth had hen al afbesteld (niet wetende dat wij toch zouden gaan.) Na zelf nog even gebeld te hebben wilde dhr. Jorna    ( van Tuinman en Zn.Sleepvaart), maar vooral zoon Theo best wel meewerken, helemaal als hij hoort van onze instelling. Het is op onze volgboot stil, als je het mij vraagt zijn de supporters zwaar onder de indruk van onze voortgang. Om eerlijk te zijn gaat het ook vliegend. We halen de ene na de andere sloep in. We staan er zelf ook een beetje verbaasd van te kijken. Het wordt helemaal leuk als we naast de Sterke Sietse komen. Het gaat bij ons nog lekker. We zijn nog niet moe en we kunnen onze krachten nog goed verdelen. Als we naast ons kijken zien we 8 mannen verbeten vechten om ons 8 meiden voor te blijven. We kunnen het niet laten om ze even aan te moedigen. En heel gemeen blijven we met gemak net een stukje voor ze. Als het de stuurman te lang gaat duren, stuurt hij bij ons vandaan. Dit was voor hen misschien goed, maar voor ons niet. We zijn nu weer min of meer alleen.( Afgezien van de andere 129 sloepen). De gedachten gaan hun eigen verhaal maken, wat er op neer komt dat we toch nu wel moe gaan worden. De Blauwe Slenk gaat over in de Vliestroom en daarmee word het water iets wilder. Het is nu belangrijk dat je, je goed blijft concentreren. Dus geen gezeur maar roeien. Denk maar even aan wat er allemaal gebeurt is. De volgschepen zijn inmiddels naar de Meep gevaren. Zij mogen niet met ons mee omdat daar geen ruimte voor is. Het wordt dus zwaar zonder support. We zullen ze pas weer zien (als we geluk hebben) in het Schuitegat, of vlak voor de finish . Uit onze ervaring weten we ongeveer waar we zijn, en dat we wel bijna op zoek kunnen gaan naar de boei, welke het begin van het Schuitegat aangeeft. Hoewel wij niet steeds achterom kunnen kijken, kan ik aan onze stuur zien dat het niet ver meer is tot het draaipunt.

Ook de stroming wordt een beetje anders. Het wordt ook drukker. Alle sloepen koersen nu op dat ene punt aan, waardoor het voor de stuurvrouw goed opletten wordt. Het is in het Schuitegat erg nauw. Er staat nauwelijks water en aan beide kanten wordt dit geïllustreerd door de mannen van de KNRM die tot hun knieën in het water staan, om zo een beetje van de nog overgebleven geul aan te geven. Raar idee zo midden op zee! Er is theoretisch voldoende ruimte voor twee sloepen om elkaar in te halen echter waar twee sloepen met elkaar in strijd zijn en een derde daar met gemak voorbij zou moeten kunnen, wordt het een redelijk zootje. Overal om me heen hoor ik gescheld en getier en vooral het geluid van tegen elkaar slaande riemen. Martine stuurt ons er met geroutineerde bewegingen tussen door. Onderweg is daar ook weer de Eucalypta, waarvan wij denken dat ze een redelijke kans maken op de overwinning. We proberen ze bij te houden en aan te moedigen, al was het alleen maar om je geest even af te leiden van de vermoeidheid van je lichaam.

Zoals ieder jaar duurt het weer veel te lang voordat ik het groene strand kan zien. ( alsof je er dan bent!!!) Ik denk ieder jaar weer dat het laatste stukje Schuitgat maar een half uur duurt. Ik zou nu toch wel moeten weten dat dit niet het geval is. Anderhalf uur komt beter in de richting. Terwijl ik zo een beetje door ijl zie ik naast me dat Paula nu ook echt wel genoeg gehad heeft. Ook Safta krijgt nu erg veel last van haar arm en voor de rest wordt het stil. De slag is niet krachtig meer. Het is nu een kwestie van volhouden en niet nadenken. Vooral niet denken aan de pijn. Ergens in de verte denk ik de Jenny ( onze volgboot) weer te zien. Op de een of andere manier begrijp ik daaruit dat de haven niet ver meer is. En dat klopt. Nu hoor ik ook het geschreeuw van het publiek en het spelen van het muziekkorps. Wauw, we gaan het redden. (Niet dat ik daar ook maar een moment aan getwijfeld heb hoor!) Achter me leeft iedereen weer een beetje op. Ook Astrid komt weer tot leven. Dit is voor haar de eerste HT-race en ze zal ongetwijfeld een paar maal spijt gehad hebben dat ze hier ooit aan begonnen is, maar bij het horen van het applaus voor ons is dat snel vergeten. We gaan de haven binnen. Ook nu lijkt deze haven langer dan in mijn herinnering. De finish wordt aangegeven door een bord op de pier en is ter hoogte van de veerboot. Natuurlijk niet de nu gebruikt veerboot, maar de boot die verderop in de haven ligt. Die laatste vijfhonderd meter kan er best nog even. In een uiterste krachtsinspanning persen we er een soort van eindsprint uit. Na nog een paar laatste slagen is daar het verlossende eindsignaal. We zijn er. We zijn toch naar Terschelling geroeid. Eat your hart out mister!!! Voor Astrid en Henriëtte is dit de eerste keer dat ze op eigen kracht roeiend op Terschelling aankomen. Gefeliciteerd dames! Ook voor de andere dames petje af. Het is niet niks om na alles wat er gebeurt, is gewoon in een andere sloep te stappen en even de oversteek te maken. Tot op de dag van vandaag is het nog steeds een klein raadsel hoe we het hebben gered. Als je het mij vraagt is het woede en karakter.

 

 

Het verdere verloop.

Hoewel het in eerste instantie even zou duren eer ons overnachtingschip zou arriveren, bleek dat de schipper in staat was om toch redelijk op tijd te komen. Sterker nog hij lag al klaar. Snel de sloep naar de Jenny peddelen en dan rest van de bagage overladen op De Bornrif. Het schip was niet het meest luxe en ook niet erg groot, maar wat wil met een minibudget als dat van ons. Grootste bron van ergernis was toch wel de WC. Als er iets is wat roeiers na een HT-race nodig hebben, dan is dat wel een goed werkende WC. Direct na het wc bezoek dient er dan een “stevige” maaltijd op tafel te staan. Voor ons was dit een fles bier en een soepje. ( voor de ernstige trek.) Na het eten even zingen voor Astrid. Ze is namelijk vandaag jarig. ( 21 geworden!) Wat een manier om je verjaardag te beleven. Natuurlijk kan een klein cadeautje niet ontbreken. Wij als bestuur vonden het toepasselijk om haar een Ambiorix T-shirt te geven met de tekst:” Astrid werd volwassen tijdens haar eerste HT ” . Gezien de manieren van de gemiddelde roeiman, leek het ons verstandig niet verder in detail te treden. Het cadeau werd vol verwondering ontvangen. Het shirt werd met liefde gedragen. Een nadeel echter was, dat Astrid maar niet kon ontdekken waarom iedereen toch ineens haar naam wist. ( geeft niks hoor, het staat tenslotte ook áchterop je shirt.) Na de douche en de afwas even een oriënterend rondje door West. Met de getrainde bierspotters voorop is het rondje niet erg lang. Al gauw belanden we in een gezellige kroeg of is het nu een discotheek? Hoe dan ook het is er erg druk, maar wel gezellig. Door het horloge thuis te laten, kun je nooit te laat thuis komen en weet je ook niet hoe laat het eigenlijk is. Pas als je ogen dichtvallen, zou je redelijkerwijs kunnen aannemen dat je naar huis moet. Morgen weer een dag.

Zaterdag. Het ontbijt bestaat voor de meeste van ons uit een vruchtensapje. Er zijn er een paar zo dapper een eitje te proberen. De rest kauwt slapjes op een stukje brood. Wat gaan we doen vandaag. Ontbijtje halen in de kroeg, fiets huren, stukje romantisch wandelen? Nee, we gaan naar de “blauwe Walvis”voor een cocktail. Het personeel daar is zoals ik nog weet van vorig jaar niet echt bevorderlijk voor je ochtend humeur. Bovendien zijn ze niet echt blij met onze mega bestellingen. Conclusie hieruit is dat er geen cocktails meer gemaakt worden en dat we hooguit een simpel drankje kunnen bestellen. Hier heb ik geen zin in. Omdat mijn achterwerk niet al te erg beschadigd is, is het toch wel een idee om een fiets te gaan huren. Marcel en Martine zien dit ook wel zitten en gaan met ons mee.

Onderweg is het druk. Regelmatig kom je een stel roeiers tegen (herkenbaar aan vooral de drukte die ze maken, maar ook aan de kleding. (Met z‘n allen hetzelfde aan.) Even ergens lunchen en vervolgens verder richting strand. ( niet zo vreemd op Terschelling) Even met de grote teen in het water en weer op de fiets. Via een meertje ( logisch op Terschelling) komen we uiteindelijk weer terug bij 1x raden de Blauwe Walvis. Daar blijkt dat de rest van de roeiers het bierontbijt hier wel genuttigd heeft. De stemming is om te zeggen niet ernstig serieus. En als wij op de fiets aankomen worden we dan ook gezellig welkom geheten en binnen niet afzienbare tijd is ook ons eerste biertje achter de kiezen. Terwijl Paula en Safta ergens in een hoek blauw liggen van het lachen (we weten nog steeds niet waarover en ik vraag me af of ze het zelf nog weten) tovert iemand een geweldig mooie foto van ons in de “Noordvaarder” tevoorschijn. Ze had blijkbaar de foto al afgehaald. ( Van iedere sloep wordt tijdens de race een foto gemaakt. Vrijdagavond al kun je ze bekijken en eventueel nabestellen. Gelukkig had ik dat ook gedaan en ook nog in een groot formaat.) Om te voorkomen dat het bier meteen in onze benen zakt. Beperken we ons tot een paar glazen en zetten onze tocht voort. We gaan terug het dorp in. Foto ophalen en fiets terug brengen en oh ja, wat eten we en wie maakt het? Eerst maar terug naar het schip en dan zien we wel verder. Aangekomen op de steiger blijkt het geweldig gezellig te zijn. Een eindje verderop aan de steiger ligt een schip met een heuse band aan boord. Een redelijke herrie, maar wel goed. Toch jammer dat de havenmeester hier anders over denkt. Ook met de muziek iets zachter blijft het gezellig. Zo gezellig zelfs dat alleen Gerda en ik overblijven om het eten te verzorgen. Oorzaak hiervan is dat wij de boodschappen gedaan hebben en dus precies weten wat we aan boord hebben. ( Deze informatie mag niet tegen ons gebruikt worden! En dat wij het bestuur zijn staat hier ook helemaal los van.) We eten gebakken aardappelen met een snitschel en verse sla. Als het bijna etenstijd is, is er nog iemand zo vriendelijk om te vragen of er nog hulp nodig is. Nou nee dus!!! Ga de rest maar roepen. Het is nog een hele klus om alleen de mensen mee te krijgen die ook betaald hebben voor dat eten. Gelukkig is er genoeg en kunnen ook de overige hongerigen een hapje mee eten. Wat zijn we weer goed voor onze mede roeiers. Na het eten even afwassen. Dat doen wij dus mooi niet! We gaan even douchen en dan maar richting feesttent voor de prijsuitreiking. Niet dat we er iets aan zullen hebben, maar we zijn wel nieuwsgierig naar wie er gewonnen hebben, of het inderdaad de Eucalypta is of niet. Ook voor de mannen van de Twirre is altijd leuk als hun roeiende vrouwen meeleven. De tent staat vlak bij de passantenhaven en dus nemen we de geleende vlag mee, om hem terug te geven. Echter na een uitgebreide zoektocht is er geen enkel bootje wat lijkt op het bootje waarvan we de vlag geleend hadden. (als iemand iets weet?) Het hele weekend is het heerlijk weer en dus gaan we niet in, maar voor de tent zitten.

Onder het genot van een glaasje wijn wachten we geduldig op de uitslag. Net wanneer ik nog een wijntje zal inschenken hoor ik van Astrid een verbaasde kreet. Het was iets als: ”Hoe kan die hele grote fles nu al leeg zijn? We hadden toch nog zo een.” Ook die blijkt al leeg. Ik weet één ding zeker, het is niet mijn schuld. Ik had keurig steeds één glas. ( wat maar niet leeg scheen te raken). De prijs uitreiking laat zoals bekent weer enorm lang op zich wachten. En als het dan eindelijk begint, krijg je eerst nog een hele opsomming van de mensen die de race tien keer gedaan hebben, vervolgens nog een serie mensen die al meer dan 20 jaar niets anders doen, en dan nog een heel verhaal over de zeilrace voor ( roei)sloepen. Maar uiteindelijk is het dan toch zover. Er wordt begonnen met de dames. Vanaf nummer vijftien worden de sloepen opgenoemd en vanaf nummer tien mag je naar het podium om een beker op te halen. Aangezien wij geen prijs hebben staan we achteraan. Het is dan ook moeilijk om iets op te vangen van wat er gezegd wordt, maar bij nummer twaalf zijn ook wij erachter dat dit een opsomming is van de eerste vijftien. Nadat ook nummer elf bekend is komt er een heel verhaal. Iets over wat een pech deze meiden hadden gehad en over hoe knap het desondanks is. In het Ambiorix kamp wordt het plotseling stil (altijd leuk om te horen wat voor stommiteiten er nu weer uitgehaald zijn, hoor ik mezelf denken) Terwijl de speaker doorgaat met te vertellen dat bedoelde ploeg voorheen altijd in de prijzen zat, gaat er hier en daar een belletje rinkelen. Zou het over ons gaan? Het wordt nog stiller.”Het is een ploeg uit Harlingen en ze zijn in een voor hun totaal onbekende sloep hierheen komen roeien. Het is damesteam Ambiorixxxxxx!”. Schalt er uit de boxen. We kijken elkaar aan en komen tot de ontdekking dat wij dat zijn en dat we nu naar voren mogen komen. Bijna de hele ploeg baant zich een weg door de menigte en opnieuw worden er van alle kanten complimenten naar toe geschreeuwd. Wat is dit leuk. Op het podium nemen we de beker in ontvangst en gaan we in ware triomftocht weer terug naar de achtergebleven mensen. Terug op ons stekkie dringt alles pas echt tot ons door en wordt het voor sommigen van ons even teveel. Deze tiende prijs voelt aan als een eerste prijs. De prestatie is op zijn minst gelijkwaardig te noemen. Voor ons kan de avond niet meer stuk. Het enige wat nog stuk ging was “lekkerzittu”broek van Astrid. Het feest mocht tot in de kleine uurtjes doorgaan en dat is zeker gebeurt.

Zondag is het tijd om terug te gaan de ware wereld weer in. De vaart terug was rustig en iedereen had zijn portie wel gehad. Hier en daar ligt er iemand lafjes op het dek van zijn kater af te komen. Op zee werkt dat altijd erg goed.

Aangekomen in Harlingen moet de sloep, die door de Jenny terug gesleept is, nog even terug geroeid worden naar zijn ligplaats. ( eigenlijk de plaats van de Ambiorix, maar ja die is toch weg en we hebben tenslotte voor de plaats betaald.) Brigit die het hele weekend mee geweest is wil nu toch dat roeien wel eens proberen en mag met ons mee. Vol goede moed neemt ze plaats en gaat ze de riem te lijf. Het blijkt altijd weer dat de kunst van het roeien wordt onderschat, want ook nu hoor ik achter me de nodige gefrustreerde uitlatingen over de riem. Het schijnt dat die dingen een eigen wil hebben. Je moet ze eerst even africhten. Hoe dat moet zal Brigit nog wel leren, want na zo‘n eerste keer, geeft ze niet op. Welkom bij de club.

—————

Terug